We proberen de site zo duidelijk en simpel mogelijk te houden. Het is tenslotte de bedoeling dat jullie aan de slag gaan. Toch kunnen er vragen zijn. De meest gestelde hebben we op een rijtje staan, waarbij we de antwoorden geven. Mocht je vraag nog niet beantwoord zijn kun je altijd contact met ons opnemen.

Veel gestelde vragen

Veldwerk doe je toch in het veld, en niet in de stad?
Veldwerk doe je overal waar organismen voorkomen. De stad is rijk aan biotopen en aan niches, plekken waar organismen kunnen leven, zich kunnen ontwikkelen, populaties kunnen vormen. Veel organismen hebben zich zelfs aangepast aan een leven in urbane omgeving. Daar valt uitstekend onderzoek naar te doen. Lees het boek van Menno Schilthuizen: Darwin comes to town (2018).
Krijgen we hier een cijfer voor?
Dat ligt er aan. Meestal krijg je een cijfer voor grote praktische opdrachten, zoals deze veldwerkopdrachten. Dat vind je in je PTA. Het kan zijn dat het cijfer gecombineerd wordt met het cijfer voor een andere opdracht. Informeer vooral bij je docent, die weet het precies.
Wat voor materiaal hebben we nodig om aan de slag te kunnen?
Bij elke opdracht vind je een lijst van materialen die nodig zijn om je opdracht goed te kunnen uitvoeren. De meeste materialen zijn op school, veelal onder de hoede van de TOA. Het kan zijn dat sommige materialen besteld moeten worden. Raadpleeg je docent!
Wat is de toegevoegde waarde van dit project?
Vooral: vaker het klaslokaal uit, vaker naar buiten! Een docent biologie op een school middenin de stad zal misschien wat vaker geneigd zijn met zijn leerlingen in het lokaal te blijven. Maar dat hoeft helemaal niet! Geef de leerlingen een geschikte opdracht en ze kunnen buiten prima onderzoek doen. Tussen de stoeptegels. Langs de muren. In de bermen. Op taluds. In de sloten en vijvers en grachten.